Na twee weken Achterhoek laat ze haar vader weer alleen. Nu ze een tijd niet in haar eigen woninkje geweest is, valt het haar toch weer tegen hoe het erbij ligt. De rommel in haar vaders huis verbleekt erbij. Het stof. De papieren. De kleren overal, niet allemaal heel en schoon. De gordijnrail die op half zeven hangt. Die lekkagevlek op het plafond die ook al jaren geleden overgeschilderd had moeten worden. Dat kan gezelliger.
Ze zet het bidprentje van haar moeder in de boekenkast. Een vlag op een modderschuit.
In de dagen die volgen scant ze grondig alle vacatures. Ze zet haar CV op openbaar en wordt door vijf recruiters gebeld. Ze moet aan elk van hen beloven dat ze bij hen blijft en niet vreemd zal gaan met andere recruiters. Ze bieden haar allemaal dezelfde vijf banen aan. Uit al deze vrijers kiest ze Joep, met wie ze het prettigste contact heeft.
Na een intensieve sollicitatieperiode vindt ze weer een baan. Ze gaat SAP support verlenen bij Empire, een grote multinational. Ze heeft haar arbeidsvoorwaardengesprek in een klein donkerbruin kantoortje.
‘Het bedrijf zit alleen om financiële redenen in Nederland’, legt haar toekomstige chef August uit. ‘Het eigenlijke werk gebeurt in Frankrijk.’
Het is een parmantig heertje met gekruld haar en een geruit jasje aan. Van tevoren heeft ze hem al gegoogeld en alle video’s van zijn blaaskapel afgekeken. Je weet nooit hoe het van pas komt. Angelique van HR zit naast hem, een prachtige dame met golvend blond haar en lange wimpers. Ze houdt van linedance, staat op haar Facebook.
Empire gebruikt een aantal SAP-subsystemen waar ze niet bekend mee is. Ze heeft flink geblokt voor ze de sollicitatiegesprekken inging. Daardoor maakte ze een goede indruk.
Zal ik het zometeen wel kunnen waarmaken, als ik echt met die software moet gaan werken? August en Angelique lijken toffe gasten. Maar dat dacht ik de vorige keer ook. Zal het opnieuw tegenvallen?
Weer onder de pannen.
Voor hoelang dit keer?

Ruth gooit de inhoud van de envelop, die ze net heeft gekregen, op tafel. Haar nieuwe arbeidscontract zit erin, met concurrentiebeding en al. Een formulier voor pensioenoverdracht. Een apart formulier voor HR. Een werkgeversverklaring. Een formulier voor de ziektekostenverzekering. Eentje voor de personeelsvereniging. Een brochure van de vakbond. Ze is al lid, maar gaat nu in een andere branche werken, en dus valt ze nu ook onder een andere bond.
Ze pakt haar drie pensioenmappen erbij en zoekt uit of ze nog een beetje grip op de zaak heeft. Haar vorige pensioen heeft ze nog niet overgedragen. Dat mocht niet meteen, omdat de juiste dekkingsgraad nog niet was bereikt. En voordat het zover was, was ze alweer ontslagen.
Nou ja, dan kan ik er nu mooi twee tegelijk overdragen. Dan houd ik straks één eindloonpensioen over en nog twee middelloonpensioenen.
Ze propt alle paperassen weer in de envelop en gooit hem snel in een kast.
Fijn dat ik die baan zo snel kreeg, denkt ze. Nu hoef ik niet verder te solliciteren en heb ik nog vier dagen over om naar Londen te gaan. Ik ga eens even echt onbezorgd genieten daar. Niet meer piekeren over al die shit. Dóór.
Ze pakt haar tas in. Wat t-shirts en onderbroeken, London A-Z, telefoon, oplader, tickets, paspoort… paspoort… waar is haar paspoort? Hij zit niet in z’n normale hoesje en ook niet in de doos met stadsplattegronden, waar ze hem de vorige keer aantrof. Ze belt met een informatienummer en regelt een noodpaspoort. Ze moet de volgende dag heel vroeg opstaan en eerst nog bij de marechaussee langs. Het komt goed.
Op vakantie wil ze alle ellende van haar ontslag even van zich af laten glijden. Dat lukt maar half. Ze loopt een keer verloren en een dag later verliest ze haar agenda. De stress is nog niet uit haar lijf.
Op zondagmiddag is de vakantie weer voorbij. Als ze na haar terugvlucht haar telefoon weer aanzet, ziet ze een appje van Petra.
Petra:
Hee chickie, welke gate heb je?
Ik zit bij de McDonalds.
De mazzel!
Stomverbaasd loopt ze Schiphol Plaza op en ziet inderdaad Petra zitten. Die steekt haar hand op en grijnst triomfantelijk.
‘Ben jij nou helemaal hiernaartoe gekomen?’ vraagt ze ongelovig. ‘We zien elkaar over twee weken toch weer?’
‘Ach, ik woon toch vlakbij, vond het wel leuk om jou af te halen’, zegt Petra, blij dat de verrassing zo goed gelukt is.
‘Ik ben nog nooit verwelkomd op Schiphol’, zegt Ruth.
‘Maar je bent toch ook eens een paar maanden naar Australië geweest?’ vraagt Petra verbaasd.
‘Ja, klopt, toen ben ik ook niet afgehaald. Dat vinden ze bij ons in de familie niet nodig, en het hoeft ook niet, want ik red mezelf wel.’
‘Nou… Je bent ook weleens door het oog van de naald gekropen, kan ik me herinneren. Die ene keer, toen je na een vertraagde vlucht met een loodzware koffer in het holst van de nacht door New York aan het struinen was…’
‘Ja, zo ronddwalen na twee dagen zonder slaap, dat was wel eng. En mijn hotelboeking was ook nog misgegaan, dat ging allemaal maar net goed’, geeft Ruth toe.
‘En die andere keer dan, toen je in je uppie naar Italië was gegaan, toen je verdwaald en beroofd was, en…’
‘Ik was niet uitgerust, ik had toen niet op reis moeten gaan. Maar nu zorg ik beter voor mezelf. Anyway’, breekt ze de discussie af. ‘Het was niet nodig geweest om me af te halen, maar ik vind het wel superlief!’
‘Is normaal’, zegt Petra beslist. ‘Kom. We nemen een shake.’
Dat doen ze.
Als Ruth die avond thuiskomt legt ze nette kleren klaar voor de dag erop. Haar eerste werkdag bij Empire. Ze pakt de envelop met haar nieuwe contract uit de kast. In de hoek rechtsonder zit nog iets diks, voelt ze.
O, wat dom. Natuurlijk.
In haar hand houdt ze haar teruggevonden, nu ongeldig verklaarde paspoort. Moest ze meenemen bij haar laatste sollicitatiegesprek.

Alsjeblieft, je telefoon’, zegt August. ‘Jan, de systeembeheerder waar je je kamer mee deelt, heeft je leesrechten gegeven op de mails van je voorganger. Zo kun je je een beetje inlezen, want hij had niks gedocumenteerd.’
Ruth gaat even rustig zitten op haar nieuwe werkplek.
Ik sta nog wel wat wiebelig op mijn achterpoten. Wat een overgang. Ineens weer op kantoor. Nou ja, we gaan gewoon weer knallen. Lock & load.
De telefoon rinkelt.
‘De Rijke’, zegt ze.
‘Goedemorgen, u spreekt met het energiebedrijf’, zegt de stem aan de andere kant. ‘Ik ben blij dat ik u eindelijk te pakken krijg. Ik wil het graag met u hebben over de betalingsachterstand die u nog bij ons heeft.’
‘Die heb ik niet, hoor. Dit nummer is van Ron de Vegt geweest, ik heb het net overgenomen.’
Wantrouwend zegt de man van energiebedrijf: ‘U bent níet Ron de Vegt?’
‘Nee, dat was mijn voorganger. Fijne dag nog!’
Ze opent haar mailbox. Er zijn geen folders, alles staat door elkaar. Ze maakt een eerste sortering en begint dan te lezen.
Van: Ron de Vegt
Aan: Henk Jansen
Onderwerp: Lening
Hee pik,
Hoe gaat-ie? Ben blij dat ik van jou wat geld kan lenen. Als jij ooit gaat scheiden, zorg dan maar dat er niks op je naam staat. Woon nu in Groningen, op zich wel een mooi huis, zit ook een zwembad bij. Maar wel ver reizen. OK, ik ga maar weer eens aan het werk. Spreek je later!
Ron
Van: Angelique de Jong
Aan: Ron de Vegt
Cc: August Dunning
Onderwerp: RE: Verzoek
Goedemorgen Ron,
In reactie op je verzoek om de rekening waarop je salaris wordt uitgekeerd te wijzigen, moet ik je helaas meedelen dat ik deze wijziging niet kan goedkeuren, aangezien de nieuwe rekening niet op jouw naam staat.
Met vriendelijke groeten,
Angelique de Jong
Hoofd PZ
Van: Ron de Vegt
Aan: August Dunning
Onderwerp: *** VERTROUWELIJK ***
Dag August,
Vanaf maandag wil ik graag 2 weken vrij nemen, om aan mijn taakstraf te voldoen. Graag goedkeuring hiervoor.
Met vriendelijke groeten,
Ron de Vegt
Van: Henk Jansen
Aan: Ron de Vegt
Onderwerp: Lening
Ron,
Ik ben zo teleurgesteld in je. In vertrouwen heb ik je dat geld geleend. Waarom reageer je niet op mijn mails en telefoontjes? Ik heb het geld heel hard nodig nu mijn dochter ziek is. Ik had nooit gedacht dat je dit zou doen. Bel me terug!
Henk
De telefoon gaat. Het is weer het energiebedrijf, ziet ze. Ze neemt niet op. Genoeg, besluit ze.
Delete.
Delete.
Delete.
Delete.

Haar eerste klus bij Empire is om de interface tussen het SAP-systeem en het warehouse-systeem weer aan de praat te krijgen. Hij is al drie maanden stuk.
‘Waar is de documentatie, August?’
Haar chef geeft haar triomfantelijk een beduimelde ordner met allemaal post-its en aantekeningen erin. Auteur: Ron van de Vegt, staat er onder elk blaadje. Het is een manual voor de gebruikers, dus ze heeft er helemaal niets aan.
Ruth belt het bedrijf dat de SAP-support verzorgt. Ze krijgt niemand aan de lijn die haar kan helpen.
Dan begint ze de programma’s maar door te speuren op zoek naar… iets. In het commentaar ziet ze ineens een bekende naam staan.
Harry de Vries. Die is nu team lead bij Forte. Daar heeft ze pas nog een prettig sollicitatiegesprek mee gehad. De vacature is uiteindelijk weer ingetrokken.
Natuurlijk. Forte is het bedrijf dat vroeger de SAP-support deed, en ze zitten hier vlakbij.
Van: Ruth de Rijke
Aan: Harry de Vries
Onderwerp: Documentatie Empire
Dag Harry,
Een maand geleden hebben we elkaar gesproken toen ik bij Forte solliciteerde. Intussen werk ik bij Empire en toevallig kwam ik jouw naam tegen. Nu vroeg ik me af, hebben jullie bij Forte nog documentatie van ons systeem?
Vriendelijke groet, Ruth de Rijke
Van: Harry de Vries
Aan: Ruth de Rijke
Onderwerp: RE: Documentatie Empire
Hee Ruth,
Zit je nu bij Empire, wat grappig!
Ja hoor, ik heb wel documentatie. Kom maar een keer langs met een USB-stick, je zit toch vlakbij.
Groeten, Harry
De volgende dag gaat ze eens een keer niet mee lunchwandelen met haar nieuwe collega’s, maar loopt ze naar de andere kant van het bedrijventerreintje en bezoekt Harry.
‘Hee Ruth’, grijnst hij en doet heel erg ouwe-jongens-krentenbrood.
Dat is wel een beetje raar. We hebben elkaar pas twee keer eerder ontmoet.
Ze schuiven over de afdeling en, alsof hij een mop vertelt, zegt Harry tegen de anderen: ‘Ruth werkt nu bij
Empire.’
Iedereen lacht.
‘Werkt Gert er nog?’ Iemand proest het uit. ‘En Tina?’ Na elke naam volgt een nieuw lachsalvo. Ruth bevestigt dat ze er allemaal nog steeds werken.
‘Oh, wat triest’, zucht iemand.
‘En Dennis, zit die er nog? Dat is wel iemand met een gebruiksaanwijzing’, zegt Harry.
Hij wisselt veelbetekenende blikken uit met zijn collega’s.
Eén jongen geeft een treffende imitatie weg van August. Er worden herinneringen opgehaald aan de tijd dat zij zelf nog voor Empire werkten en de sfeer wordt steeds joliger. Ruth krijgt een steeds slechter gevoel over haar keuze om bij Empire te gaan werken.
Harry zet de documentatie op haar USB-stick. Het is de tekst die ze al heeft, ziet ze, maar met een andere auteursnaam.
‘Zeg Harry, weet jij iets over een interface van het SAP-systeem naar het warehouse-systeem?’ vraagt ze.
‘Die zou inderdaad gebouwd gaan worden, maar dat is in onze tijd nooit gebeurd. Dat zou het volgende SAP-supportbedrijf gedaan moeten hebben.’
Haar vermoeden is hiermee bevestigd: er is helemaal geen interface. Ron heeft elke dag met de hand alle opdrachten overgehaald naar het warehouse-systeem.

Ruth:
Hè hè, tijd om even bij te kletsen.
Alle collega’s klagen over mijn voorganger. Hij heeft geen ene flikker gedaan! Voor mij wel lekker binnenkomen zo.
Ik zou twee maanden overlap met hem hebben, maar hij werd ziek. Diabetes, voet eraf. Mijn chef en het hoofd van HR hebben hem in het ziekenhuis opgezocht en hem daar verteld dat zijn contract niet verlengd werd. Ze hebben gewacht tot de allerlaatste dag waarop ze dat nog mochten doen. Hij werd woedend, begon te schreeuwen en met dingen te gooien en zo. Nu is hem de toegang ontzegd tot het pand. Ik moest ook nog een account van hem blokkeren. Geen kennisoverdracht dus.
Er was een go live gepland, twee weken nadat ik in dienst kwam. Mijn chef heeft die gewoon door laten gaan. Ik zou dat risico zelf nooit genomen hebben. Er was nauwelijks getest, dus ik moest heel wat brandjes blussen. Het meeste doet het nu weer.
Iedereen kent me nu wel meteen. Ze melden me alles wat niet werkt. Ik had alle problemen netjes verzameld in een spreadsheet, toen kwam mijn chef met nóg een spreadsheet. En gisteren belde ik met een manager uit Londen, die heeft óók nog een hele lijst met issues voor mij.
De andere collega’s zijn aardig. Het is maar een klein bedrijf, twintig mensen. Op afstand moet ik ook de andere gebruikers uit Europa ondersteunen maar dat gaat meestal via de mail.
Er zijn hier twee luchwandelclubjes, wat wel een beetje raar is met zo weinig mensen. Maar ja.
Hoe is het met jullie?
Filmpje: Nous Sommes Très Petits van The Dutch
Petra:
Het lijkt me dat ze jou daar wel gaan waarderen. En het komt mij over dat je nu heel veel te doen hebt. En dat je het meer naar je zin krijgt.
Met mij gaat het iets minder. Het is erg druk en SAP ligt er regelmatig uit.
De mazzel!
Filmpje: Pressure van Bill Brufords Earthworks
Ruth:
Oef! Da’s niet leuk.
Intussen weet ik waarom er twee wandelclubjes zijn: er is een vete tussen twee collega’s. Ze zitten aan hetzelfde blok maar praten niet, ze mailen elkaar alleen maar. De ene heeft de functie van de ander gekregen en de andere zit nu in een onbeduidend baantje. Maar die gaat ook niet weg, want ze krijgt er wel goed voor betaald.
Anyways, ik vermaak me wel, ik neem het allemaal niet al te serieus. Ik vind puinruimen leuk werk, ik heb hier alle vrijheid, voorlopig zit ik hier goed. Mijn chef zat me eerst een beetje op te jutten. Hij dacht zeker dat ik in één maand al dat oud zeer weg zou kunnen werken. Hij lijkt niet erg veel verstand van IT te hebben.
Dat was het voor nu 🙂
Filmpje: Let It Happen van Tame Impala

‘Wat? Waarom hebben jullie zoveel stapjes?’
Ruth schrikt als Patty haar voordoet hoe ze een verkooporder inzet.
‘Kijk, eerst maken we een offerte in Oracle. Als die geaccepteerd is, maken we er een verkooporder van. Dat doen we in SAP.’
Patty heeft twee grote schermen openstaan met links Oracle en rechts SAP. Geroutineerd kopieert ze stuk voor stuk alle gegevens uit het ene systeem en plakt ze in het andere.
‘Kijk, zo hoef ik niks over te typen’, zegt ze triomfantelijk. ‘Als de verkooporder klaar is, maak ik de bestelaanvraag. Iemand anders zet dan de bestelaanvraag om in een inkooporder. Ik mag dat zelf niet doen. Ik wacht altijd een paar dagen en als ik dan nog geen goedkeuring heb, ga ik er pas naar vragen. Ik heb geen tijd om die aanvragen stuk voor stuk op te volgen namelijk.’
Ze opent een spreadsheet en plakt het aanvraagnummer erin. In de kolom ernaast schrijft ze de datum.
‘Waarom mag je die inkooporder niet zelf inzetten?’
‘August wil dat niet. Hij gebruikt het vierogenprincipe, want volgens hem gaan wij anders fraude plegen. August mag als enige alles goedkeuren. Hij kan ook achteraf de aanvragen nog aanpassen. Later, als de inkooporder er is, maken we daar de intercompany-levering bij. De echte levering, die naar de klant, wordt automatisch door het systeem gemaakt.’
Patty maakt een gebaar van woesh-woesh, magie.
‘En de factuur?’
‘Die zet Henk in. En August keurt hem daarna goed. Na het printen scant Henk hem in, voor in het digitale archief. En dan doet hij hem in een map.’
Ze wijst op een kolossale kastenwand met ordners.
‘Nou dacht ik dus dat jij mij misschien wat tijd kon besparen’, zegt Patty. ‘Is het mogelijk, als ik die bestelaanvraag maak, dat jij dan automatisch het nummer en de datum in mijn spreadsheet wegschrijft? Dat is volgens mij niet zoveel werk om aan te passen.’
Ruth denkt er het hare van maar zegt alleen: ‘Zet ik op de lijst.’
Ze sloft naar haar eigen werkplek en maakt er op haar aftandse computer een nieuwe regel bij in haar lange lijst met IT-tickets. In Excel.

Weekend! denkt Ruth, terwijl ze haar werkkleren van zich af smijt. Ik ga lekker lang douchen. En dan een verstand-op-nul-programma kijken. Of…
Ze kijkt naar de grote verhuisdoos die nu al tijden pontificaal midden in haar woonkamer staat. Na haar moeders overlijden heeft ze de familie-albums mee naar huis genomen. Haar vader gaf er niet om.
Ik ga nu die foto’s terugkijken, besluit ze. Ik ben eraan toe.
Voorzichtig pakt ze een van de albums en bladert er doorheen.
Haar nicht Lies uit Franeker staat te stralen in een Holly Hobby-jurk. Ze is net iets ouder dan zij. Een paar pagina’s later ziet ze zichzelf terug in die jurk.
Als haar oom Piet en tante Gerda vroeger langskwamen, lieten ze altijd een grote tas met kleding achter. Tevreden inspecteerde moeder de buit. Dralon jumpertjes, katoenen jurkjes. Er zaten mooie kleren bij, maar ook dingen waar ze mee voor schut had gelopen.
‘Kijk Ruth, een patchwork-rok! Die kun je mooi voor je communie aan’, zei ze. ‘Ik vind het zonde om iets nieuws te kopen, want je groeit er toch zo weer uit.’
O ja, denkt ze terwijl ze verder bladert, die blouse. Die had een hele lange puntkraag. Ik heb mezelf toen leren naaien. Met de hand heb ik er een ronde kraag van gemaakt, zo netjes dat je helemaal niet meer kon zien dat hij ooit anders was.
Op deze foto heeft ze goedkope sandalen van Brons aan. Ze weet nog hoe ongelukkig ze zich voelde toen uitgerekend tijdens schoolkamp de zool van haar linkersandaal losliet. Ze strompelde er dagen op rond. Als dat thuis was gebeurd, had ze hem meteen kunnen lijmen.
‘Ruth, waarom heb jij eigenlijk zo’n groot bakbeest op je bureau staan?’ vraagt Patty haar op een keer. ‘Wij hebben allemaal een laptop. Is dat voor jou ook niet handiger?’
‘Er was er eentje te weinig en Jan kan echt niet zonder. Ik red me er wel mee, hoor.’
‘Je moet niet te bescheiden zijn, anders walsen ze zo over je heen’, waarschuwt Patty. ‘Jan heeft om een training gevraagd. Moet jij die ook niet hebben?’
‘Ik doe in de avonduren wel aan zelfstudie. Ik vind die cursussen veel te duur voor wat ze bieden. Het is vooral een hoop poeha. Ik google mijn kennis wel zelf bij elkaar.’
‘Niet slim hoor’, zegt Patty. ‘Je maakt jezelf klein.’
Ruth blijft op de achtergrond. Ze vraagt niets. Ze redt zichzelf. Alles liever dan iets vragen en het misschien niet krijgen.

‘Ruth, wil je even deze mail controleren?’ vraagt August.
‘Hmmmmm, waar je zegt: programma maken, zou ik zeggen, pakket implementeren. Verder is-ie goed.’
‘OK’, zegt August.
‘Je wilt dus Business Intelligence gaan implementeren?’ vraagt ze.
‘Ja. Er moet een dashboard komen. Ik heb dat gezien in mijn vorige baan. Je kunt er allerlei wijzertjes op zetten, die in het groen of in het rood staan. Dat wil ik.’
Een dag later al komt er een vertegenwoordiger over de vloer. Gert, Henk, Trea en zij moeten allemaal mee naar de meeting room.
‘Iedereen, dit is Jort. Hij komt ons helpen bij onze plannen om…’
August stokt, gaat dan langzaam en aarzelend verder.
‘… een dashboard-pakket te implementeren.’
Hij probeert een zelfverzekerd gezicht op te zetten maar zijn vertwijfeling is duidelijk zichtbaar.
Jort knikt.
‘Ja, ja.’
August kijkt opgelucht.
Tijdens het introductierondje vraagt hij uitvoerig naar alle bedrijven waar Jort hiervoor gewerkt heeft. Daarna stelt hij zichzelf voor en somt hij al zijn voorgaande banen op. Hij vraagt ook de anderen om uitgebreid vertellen wie ze zijn en wat ze doen.
Jort vertelt een wijdlopig verhaal over de achtergronden en doelen van Business Intelligence.
Dan volgt een Powerpoint-presentatie. Een Aziatische vrouw, een donkere en een lichte meneer wijzen extatisch naar een paar taartdiagrammen.
Jort haalt snel een iPad uit zijn tas. ‘Kijk, ook op de iPad ziet ons product er geweldig uit.’
August knikt welwillend. De rest gelooft het allemaal wel.
Met z’n vijven zitten ze de lange meeting uit. Na afloop krijgen ze allemaal een USB-stick met het logo van het bedrijf erop.
Gelukkig, we kunnen weer aan het werk.
Drie identieke bijeenkomsten volgen.
Een week later is de voorlopig laatste dashboard-presentatie; nummer vijf. August loopt met kwieke pas naar de meeting room. De vier anderen sloffen er achteraan.
Als ze langs de printer lopen roept August: ‘O, de agenda voor vanochtend, bijna vergeten. Wat staat hier? Ik heb mijn bril niet op.’
Hij drukt op een knop en annuleert zo andermans print job.
Ruth drukt voor hem op print.
‘Bedankt’, zegt hij zuinig.
August neemt weer ruim tijd voor het voorstelrondje. Alle aanwezigen moeten hun doopceel weer lichten.
De vertegenwoordiger begint met een algemene inleiding over de wereld van dashboards.
‘Of hebben jullie dat al eens gehoord?’ vraagt hij.
‘Nee, dat is mij onbekend’, zegt August monter.
De rest zucht. Nu krijgen ze wéér dat hele praatje.
Na afloop van de productdemonstratie krijgt iedereen een USB-stick met het logo van het bedrijf erop.
De vertegenwoordiger treuzelt nog even.
‘Weet je, veel klanten vragen ons naar de mogelijkheden van de iPad.’
Hij haalt een iPad tevoorschijn en draait er wat mee.
‘Ons product draait er prima op, ziet er heel mooi uit.’
‘Ja, ja’, doet iedereen, waarna hij snel zijn boeltje weer inpakt en vertrekt.
Na deze eerste ronde volgt nog een tweede ronde meetings met twee leveranciers die op de shortlist zijn terechtgekomen.
Uiteindelijk is het dashboard klaar.
Het eerste wat August dan doet, is alle pagina’s afdrukken. In full color.
Anders komen al die mooie wijzertjes natuurlijk niet tot hun recht.

Gert van Finance is altijd als eerste op kantoor. Elke dag staat hij om vijf uur op. ‘Anders raakt het werk niet af’, zegt hij blijmoedig. Af en toe pakt hij de zaterdagochtend ook nog even mee. Hij woont toch vlakbij.
De stapels op zijn bureau worden langzaam groter. August krijgt namelijk alsmaar meer afdelingen onder zich. Zo raakt Gert steeds verder achterop.
De financiële audit nadert. Gert moet voor het team van accountants uit werken en alles tip-top in orde maken. Hij deelt normaal nog weleens een kwinkslag uit, maar wordt nu steeds stiller.
Natuurlijk loopt het een keer spaak. Gelukkig zijn er op dat moment al wat collega’s binnen.
‘Ik voel me niet zo lekker’, zegt hij.
Dan valt hij neer. Patty belt kordaat met 112, legt Gert in de stabiele zijligging en blijft op hem inpraten. Tina rent naar buiten om de ambulancemedewerkers de goede kant op te sturen. Ze gaat beneden bij de lift staan en houdt de deuren open. Trea, die BHV-er is, zit stil en verslagen met een kopje koffie op haar stoel. Twee ambulancebroeders voeren Gert weg.
Hij is maanden uit de running. Trea en Tina regelen om de zoveel tijd een kaart en een bloemetje. Iedereen gaat op ziekenbezoek, alleen August niet.
Die gooit nog steeds al zijn werk naar hem door, zonder scrupules. De stapels op Gerts bureau blijven groeien. Ruth vraagt August een keer: ‘Moet iemand anders nu niet het werk van Gert overnemen?’
Hij glimlacht minzaam: ‘Dat zou mooi zijn, maar daar is geen budget voor.’
Als Gert weer is opgeknapt, zit hij snel weer terug op zijn oude werktempo. Hij werkt zich blijmoedig door alle stapels heen en pakt af en toe eens een zaterdagochtendje erbij.
Er is niets veranderd.
Het is allemaal nergens goed voor geweest.

August moet Ruth even hebben. Hij loopt haar kamer binnen en gaat met zijn brede achterwerk op haar bureau zitten.
‘Kun je me even vertellen wat je ook alweer doet? Het is tijd voor de functioneringsgesprekken.’
Verbaasd vertelt ze hem wat haar taken zijn. Ze begint hem in Jip- en Janneketaal uit te leggen waar ze nu de hele dag mee bezig is. Terwijl ze dat doet, realiseert ze zich dat dat helemaal niet slim is.
Langzamerhand maakt ze haar betoog steeds ingewikkelder en doorspekt ze het met technospeak.
Verward verlaat hij haar kamer.
Hoe kan het dat hij dit soort dingen niet weet?
Toen ik hier kwam solliciteren was het Angelique van HR die het voortouw nam, herinnert ze zich nu. August zei in die gesprekken bijna niets. En hij doet zelf ook geen Finance-taken, dat doet Gert allemaal voor hem. Hij roept altijd dat hij zoveel vertrouwen in zijn mensen heeft, en ze hun eigen verantwoordelijkheid gunt. Maar waarschijnlijk kan hij het gewoon helemaal niet zelf!
Ze realiseert zich dat hij de hele dag bezig is met het in de gaten houden van zijn eigen chefs, hobby’s voorwenden die zij ook hebben, mensen napapegaaien die wél kennis van zaken hebben en goeie sier maken met het werk van anderen.
Ineens gaat haar scherm op zwart. En Jan heeft een vrije dag, zul je net zien. Ze loopt haar kamertje uit en ziet dat de anderen ook niet kunnen werken.
Ze geeft een roffeltje op Augusts deur en loopt dan zijn kamer in. Hij doet net zijn computer uit en begint wat mappen uit de kast te pakken.
‘Kun jij Frankrijk bellen?’ vraagt ze hem. ‘Er zijn computerproblemen en niemand kan nog werken.’
Verstoord kijkt hij op.
‘Vind je dat nodig? Doe jij dat dan maar.’
Ze pleegt een paar telefoontjes en kan gelukkig een monteur regelen.
Na een uurtje is hij er. Ze laat hem binnen en troont hem mee naar de serverruimte. Onderweg daarnaartoe moeten ze uitwijken voor Trea en Frank, die terugkomen van een uitgebreide rookpauze en nu uitgelaten door de gang heen zwalken. Don’t stop till you get enough, blèrt Trea’s mobiel. Ze zijn onderweg naar hun werkplek om daar verder te gaan niksen.
Gert loopt gestresst rond te dribbelen. Omdat hij niet op de computer kan, is hij nu druk doende met het opruimen van zijn kasten. De anderen hangen relaxed babbelend achterover in hun stoelen.
De monteur kijkt verwonderd om zich heen.
Ik ken die blik. Iedereen die hier voor het eerst komt heeft hem.
Hij gaat aan de slag en inspecteert alle aansluitingen. Bij de kamer van August houdt hij halt.
‘Wie zit hier?’ vraagt hij.
‘Hoofd Finance en IT’, zegt ze.
De monteur klopt op de deur en vraagt August of hij binnen mag komen.
Trefzeker loopt hij naar de hoek van de kamer en trekt een netwerkstekkertje uit een telefoonaansluiting.
‘Hoofd IT, was u?’ zegt hij.
August lacht als een boer die kiespijn heeft.
‘Het is nu toch weer opgelost’, mompelt hij.
Toch lijkt hij blij te zijn dat alles het weer doet, want hij start wel meteen zijn computer weer op.
‘Jullie kunnen weer werken!’ roept Ruth de kantoortuin in. Gert is alweer aan het typen. De anderen gaan langzaam iets rechterop zitten en zwengelen met zichtbare tegenzin hun computer weer aan.
‘Werkpaarden en luxepaarden hè’, voegt de monteur haar nog even schalks toe als ze hem uitgeleide doet.

Een tijdje later komt August ineens met een nieuwe IT-er op de proppen.
‘Dit is Jonathan’, zegt hij tegen Ruth. ‘Wil jij hem wegwijs maken?’
Goh, dat is apart. Voor ondersteuning van Gert is geen budget, maar Jan en ik krijgen er zomaar ineens een collega bij.
Ze drukt Jonathan de hand. Hij draagt op zijn eerste werkdag een mooi kamgaren jasje, honingkleurige schoenen met leren zolen en een net overhemd. Er zit een keurige vouw in zijn pantalon. Onzeker en afwachtend blikt hij om zich heen.
Ze neemt hem mee op een wandelingetje door de afdelingen. Dan gaan ze samen zitten en praat ze hem door zijn eerste taken heen. Ze legt duidelijk uit hoe hun systeem in elkaar zit.
‘Kijk, hier staat ons BTW-schema. De nummering van de codes is heel logisch, als je de gedachte erachter maar weet.’
Jonathan herhaalt alles wat ze zegt, maar slaat de plank telkens net mis. Na wat controlevragen wordt haar vermoeden, dat hij er geen snars van begrepen heeft, bevestigd.
De rest van de dag voert hij voornamelijk gesprekjes met verschillende van zijn nieuwe collega’s, waarbij de woorden geweldig, fantastisch en interessant vaak van zijn lippen rollen. Dat gaat gepaard met veel geblikker van tanden. Hij heeft een stralende lach en die gebruikt hij ook.
‘Wat vind jij nou van die nieuwe?’ vraagt ze aan Jan.
‘Fake it till you make it’, grijnst hij. ‘Komt wel goed.’
‘Ik hoop het maar.’
Op zijn tweede werkdag draagt Jonathan zomaar ineens een spijkerbroek met gaten, Dr. Martens en een verschoten metalshirt. Hij heeft zich niet geschoren.
‘Ik ga aan het eind van de ochtend weg’, kondigt hij aan.
‘Onderhoud van mijn CV-ketel.’
Jan kijkt haar verbluft aan.
‘Maar er zijn consultants over de vloer’, werpt hij tegen. ‘Dit is geen handige dag voor zoiets. Kun je dat voortaan niet eerst met ons overleggen?’
Jonathan denkt verwonderd na over dit advies en lijkt het dan aan te nemen.
De rest van de ochtend is hij druk doende met het afhandelen van een ticket over verkeerde boekingen.
‘Je redt je er aardig mee’, zegt ze.
‘Ik heb gisteravond nog even op internet gekeken’, zegt Jonathan. ‘Mijn Finance-kennis was wel een beetje roestig.’
Hij corrigeert alle foute journaalposten. Voorzichtig vraagt hij haar of hij nu het ticket af mag sluiten. Dat mag.
Op zijn derde werkdag draagt Jonathan een streepjesshirt en een semi-nette spijkerbroek.
Ditmaal heeft hij schoenen met rubberen zolen aangetrokken.
Hij neemt vandaag zelfstandig beslissingen over het sluiten van tickets en belt key users om ze aan zijn bureau te noden.
Spontaan valt hij aan op nieuwe tickets, vraagt om specs, denkt hardop na over wat beter kan.
Ze wisselt een blik uit met Jan.
‘Gaat wel goed zo, hè?’
Jonathan is in korte tijd al behoorlijk zelfredzaam geworden.
Dat kan ik eigenlijk best wel heel goed, denkt ze trots. Iemand inwerken.

Ruth heeft een vraag voor Trea. Die wuift haar weg van haar bureau.
‘Nu even niet’, zegt ze. ‘Ik zit midden in een spelletje en anders kost het me geld.’
Dan maar even langs de financiële afdeling, want ze heeft ook nog een vraag voor Henk. Die zit net te kijken hoe zijn aandeeltjes erbij staan. Hij kijkt verstoord op, maar maakt dan toch tijd voor haar.
Teruggekomen bij Trea’s bureau ziet ze dat die is gaan roken. Dat kan nog wel even duren. Frank is er dus ook niet dan.
Ruth loopt terug naar haar eigen plek.
De marketingdames zijn verhit aan het discussiëren over Temptation Island.
Aan het volgende bureaublok zit inkoop. Tina zit op Facebook, Jeroen op een pagina met gadget-aanbiedingen en Dennis leest de krant.
Bij de printer staat Monique uitnodigingen af te drukken voor het 21-diner van haar dochter.
De dame van de tijdadministratie is verwoed op haar toetsenbord aan het rammen. Ze past weleens de werktijden van haar vriend aan, die hier ook werkt.
Twee logistieke jongens zijn druk in gesprek over de verbouwing van het huis van een van hen.
Terug in haar kamer ziet ze dat Jan en Jonathan bitcoins aan het mijnen zijn.
Goh, iedereen loopt klap op zijn eigen manier. Een manier die bij zijn eigen functie past.
Ze loopt naar buiten en neemt de tijd om even rustig te gaan bellen. Met een recruiter.

Het is de ochtend voor Kerst. De deur van Empire is uitnodigend opengezet. Hij is omzoomd met kersttakken. Gezellig.
Leveranciers komen kalenders brengen met hun logo erop.
Gelegenheid voor een verkooppraatje. De collega’s uit de buitendienst, die ze normaal nooit ziet, zijn er nu ook.
Ze krijgen vandaag een kerstlunch.
‘Hmmm, lekker, soep met spreadsheets’, grinnikt Patty.
Al snel begrijpt Ruth wat ze bedoelt.
Een cateraar bezorgt een grote ketel soep met wat brood en salade. Collega’s beginnen te redderen. Alle bureaus worden aan elkaar geschoven en daarna wordt de zo geïmproviseerde tafel gedekt. Als de soep wordt opgediend begint August aan een uitgebreide powerpoint met de winstcijfers van Empire.
Ze krijgen geen gelegenheid om met elkaar te kletsen.
Gehaast worden na de soep het brood en de salade op tafel gezet.
Ik heb het weleens anders meegemaakt, maar zo kan het ook. Beter, want ze praten hier toch niet met elkaar.
‘Zo, dat zit er weer in’, zegt August na een tijdje.
Dan breekt iedereen het boeltje weer op.
Als Ruth zich omdraait om weer aan het werk te gaan, loopt ze tegen een slonzige man op. Hij is stilletjes de kantoortuin ingelopen. Hij heeft een woeste blik in zijn ogen en sleept met zijn rechtervoet. De anderen schrikken en wijken uiteen.
‘Ron!’ stamelt August. ‘Wat onverwacht. Hoe is het met je?’
‘Wat denk je zelf!’ roept Ron. ‘Hoe kun je mij zo ontslaan!’
Hij stompt August in het gezicht. Die maait beduusd om zich heen. Dan pakt hij Rons been. Als Ron omvalt trekt hij August mee omlaag en gaat bovenop hem zitten. Bloed sijpelt op de vloer. In paniek rent iedereen de kantoortuin uit. Ruth blijft. Ze maakt zich groot en gaat voor Ron staan.
‘EN NOU OPTIEFEN!’ schreeuwt ze. ‘IDIOOT! BEN JE HELEMAAL GEK GEWORDEN! GA VAN AUGUST AF! OPSTAAN! EN NU WEGLOPEN!’
Mechanisch doet hij wat ze zegt en loopt hij het pand weer uit. ‘Deur dicht, deur dicht!’ roept ze bezorgd.
Snel blokkeren een paar buitendienstmedewerkers de ingang met wat tafels.
‘Goh’, zegt Patty. ‘Het muisje kan ook brullen.’
Nog natrillend denkt Ruth: Ik leek mijn vader wel. Ik heb dat ook in me. Ik wist niet dat het zo makkelijk is om een ander bang te maken. En dat het best lekker voelt om zo te schreeuwen.
Vanachter de lamellen zien ze hoe Ron ingerekend wordt door de politie.
Langzamerhand gaat iedereen weer aan het werk. Zij probeert ook nog wat te doen, maar veel komt er niet meer uit haar handen. Aan het eind van de middag levert ze haar laptop en telefoon in en loopt nog even langs Patty.
‘Ik vond het leuk om met je samen te werken’, zegt die monter. ‘Ja, ik ook met jou!’
‘En waar ga je nou heen?’
‘Naar een normaal bedrijf’, grijnst Ruth. ‘Nou doeg, we zien elkaar nog, hè!’
Ze loopt stilletjes naar de uitgang en gooit blij de deur achter zich dicht.

Met een grote tas vol spullen loopt ze haar vaders woonkamer in. ‘Fijn kerstfeest, papa.’
Het stalletje is niet opgezet. Er is ook geen boom. Hij heeft een helblauw knipperende kerstslinger over de kast gedrapeerd.
‘Hoe vind je deze?’ zegt hij trots. ‘Van de Aldi. Kijk, je kunt hem op verschillende kleuren zetten.’
Dat is goed. We moeten het nu anders gaan doen. Het kerststalletje hoorde bij mama. Ik word eigenlijk wel vrolijk van die slinger.
Ze legt haar kadootjes voor de kast neer. Het gebeurt vanzelf. Dat is nu de plek.
Ze heeft veel kleine dingetjes gekocht, dan duurt het uitpakken lekker lang. Het is al zo kaal met z’n tweeën.
In een paar tellen scheurt haar vader het papier eraf.
‘O, aftershave. Nou, dankjewel.’
‘Je lievelings. En vind je dit niet leuk? Een boekje met eenpansgerechten.’
‘Ja ja. Ik heb ook een kado. We gaan naar vreetschuur Vet en Veel’, grapt haar vader.
‘Pas op, gladde vloeren’, lacht ze.
Na een kort ritje zijn ze in het kiprestaurant dat haar vader heeft uitgekozen. In de zaal ziet ze vertrouwde gezichten en hoort ze Nedersaksisch. Ze hoort in de stad, maar één been blijft altijd in de Achterhoek staan.
Haar vader heeft een goed humeur en ze zijn onder de mensen. Ze durft het te vragen.
‘Waarom word je toch altijd zo driftig? Volgens mij doe je dat expres.’
Zijn ogen schieten vuur.
‘Je moet niet van die rare dingen zeggen’, snauwt hij.
‘Ik wil het weten. Waarom word je nooit driftig als er andere mensen bij zijn? Je kunt je dus inhouden. Ik was vroeger heel bang van je. Volgens mij genoot je daarvan.’
Hij gromt iets onduidelijks en loopt dan van tafel.
Na een tijdje komt hij terug met een bekende, die bij hen aan tafel gaat zitten.
Dan niet. Ik heb het geprobeerd. Klaar ermee.













Geef een reactie