Ruth ziet een gedrongen man, strak in het pak. Gemanicuurde handen, valt haar op. Niet dat ze er verstand van heeft, maar die schoenen zouden wel eens Italiaans kunnen zijn. Stropdas met bloemetjes.
‘Roel van der Ven’, zegt hij. ‘Ik ben interim manager bij Messing. Ik ga eens even flink orde op zaken stellen hier. De bezem moet erdoor!’
Hij legt zijn hand bovenop haar hand en trekt haar naar zich toe. Ze moet niezen. Ze kan niet tegen parfum.
Roel praat hard.
Hij maakt zijn stem extra laag.
Een reusachtige beer komt de kamer binnen. Hij schommelt van heup naar heup terwijl hij loopt. Zijn pak is op maat gemaakt.
‘Edwin’, stelt hij zich voor.
Nieuwsgierig bekijken ze elkaar.
‘Ik run deze toko zo’n beetje. Ik ben de go-to guy. Als jij hier straks komt, ga ik jou coachen.’
Ruth let goed op. Edwin is een toffe Amsterdamse gozer die gemaakt netjes praat.
‘Kun je wel een beetje tegen grof taalgebruik? Het kan er hier behoorlijk heftig aan toe gaan hoor!’ waarschuwt Roel.
Hij en Edwin zijn er zichtbaar trots op. Afwachtend kijken ze hoe ze op deze voorzet reageert.
‘Ja hoor’, stelt ze hen gerust. ‘Ik kan wel tegen een stootje.’
Dan vertelt ze over al haar behaalde successen. Ze doet haar best om bevlogen over te komen en allebei de heren evenveel aan te kijken. Ze benadrukt alles wat haar geschikt maakt voor deze baan: haar ervaring in een andere groothandel, haar bekendheid met het systeem dat ze gebruiken en met SAP, waar ze binnenkort mee gaan werken.
Roel en Edwin smoezen een beetje met elkaar. Dan loopt Roel de kamer uit.
Een tijdje later komt hij weer terug met een papiertje waar een bedrag op staat. Haar toekomstige salaris.
Ze moet meteen beslissen. Ze zegt ja.
Edwin begeleidt haar weer naar buiten. Zijn ogen glimmen als hij haar bij het afscheid de hand drukt.
‘Tot snel!’ roept hij haar nog na.

Petra:
Hola chica,
Hoest?
Is het al rond, die nieuwe baan?
We gaan sowieso snel weer wat afspreken he?
De mazzel!
Ruth:
Hola,
Met mij alles goed.
Ik hoor morgen of ik hem krijg.
Als het doorgaat ga ik op 1 januari beginnen bij Messing in Noord-Holland.
Heb er veel zin in, het voelt goed.
Ik had er nog nooit van gehoord, maar tijdens de sollicitatiegesprekken dacht ik al: Wat een verademing! Het kan dus wel, een bedrijf met normale hardwerkende professionele mensen waar geen rare dingen gebeuren. Heb er heel veel zin in!
Kun je zaterdag?
We hebben heeeeeeel veel bij te praten!
Van: Roel van der Ven
Aan: Ruth de Rijke
Onderwerp: Vacature SAP Functional Consultant
Hi Ruth, gefeliciteerd, het is rond!
Trouwens, als je volgende maand voor het eerst op de afdeling komt: er zijn er twee die weg moeten maar dat nog niet weten. Dus een beetje discretie graag. Zie je dan!
Cheers, Roel

Op haar eerste dag ziet Ruth dat Roel een aparte kamer heeft met een groot bureau. Zijn Tesla heeft hij in het directievak geparkeerd.
Hij heeft nog meer mensen aangenomen, blijkt. Voor twee anderen is het ook hun eerste werkdag. Vorige maand zijn er ook al vier bij gekomen, en de maand daarvoor ook al. Er zijn nu kamertjes tekort. In allerijl worden er tussenwandjes geplaatst om iedereen te kunnen herbergen.
Roel neemt haar mee naar de kantoortuin waar ze gaat werken en stelt haar voor aan haar nieuwe collega’s. Naast haar zit Marcus, een stille rustige vijftiger. Ze vertrouwt hem meteen. Naast hem zit Barry, een mollige olijkerd die de ene na de andere schuine grap maakt.
‘Ging dat bij jou ook zo, toen je werd aangenomen, dat je een briefje kreeg met een bedrag erop?’ vraagt ze Marcus.
‘Ja, zo gaat dat hier. Ze kopen hun spullen en hun mensen op precies dezelfde manier in. De CEO houdt alles in de gaten en bepaalt tot hoever ze mogen bieden.’
Naast het blok met de developers, waar zij zit, is een blok met functionele specialisten. Daar zit Edwin. Hij zit met de rug naar haar toe, druk aan het werk. Er zijn ook nog twee bureaublokken voor de externe medewerkers.
Na de gebruikelijke hiccups (bureaustoel, PC en login moeten nog worden geregeld) kan ze beginnen aan haar eerste klus: het inventariseren van de koppelingen tussen de oude software-systemen. Ze loopt naar Edwin, in de hoop dat hij haar op weg wil helpen. Tijdens haar sollicitatie beloofde hij immers haar te zullen gaan coachen. Maar op al haar vragen bromt hij alleen maar knorrig: ‘Hoezo wil je dat weten? Hoezo wil je dat nú weten? Hoezo denk je dat ík dat weet?’
Dan maakt hij wat wegwuivende gebaren en negeert haar verder. Gefrustreerd loopt ze terug naar haar plek.
‘Ja, Edwin heeft zijn eigen gebruiksaanwijzing’, zegt Marcus, die het tafereel aanschouwd heeft, ‘maar we hebben hem na al die jaren nog niet gevonden. Ik help je wel.’
Hij legt haar uit hoe het systeem in elkaar zit en vertelt met wie je wel en niet mag praten.
‘Let ook op je tatoeage’, waarschuwt hij. ‘Ik zie hem onder je mouw uitpiepen. Dat mag niet. In het handboek staan de regels voor uiterlijke verzorging. Daar heb je voor getekend toen je in dienst kwam.’
Langzaam komt ze achter de regels die gelden bij Messing.

Edwin doet haar over aan Wilbert, een getapte jongen die altijd wel een anekdote paraat heeft. Hij is vandaag jarig. Zijn bureau is royaal versierd met ballonnen, slingers en confetti.
Rond koffietijd trakteert hij. Iedereen troept samen rond zijn bureau.
‘O, die ballonnen stinken!’ moppert Edwin. ‘Wat een meur!’
‘Dat is die zooi die we zelf verkopen’, zegt Marcus.
‘Hadden we niet gewoon wat uit de winkel kunnen halen, in plaats van die rommel uit het magazijn?’ pruttelt Edwin nog wat na.
‘Wil jij ook gebak?’ onderbreekt Wilbert hem. ‘O, je hebt er al twee op, zie ik.’
Plagerig knijpt hij in Edwins vetrollen.
‘Wanneer ben je uitgerekend?’
‘Ik kan nog afvallen, maar die rotkop van jou die blijft’, lacht Edwin.
Hij klopt Wilbert hartelijk op de schouder. Die pakt hem even beet, maar schuift hem daarbij terloops ook een beetje opzij. Hij vindt het nu wel weer genoeg geweest en begint de bordjes op te ruimen.
‘Wij hadden een afspraak’, richt hij zich tot Ruth.
‘Ja. Weet jij hoe ik bij de begrippenlijst kan?’ vraagt ze.
Ze heeft intussen al heel wat vragen opgespaard en kan niet wachten om te beginnen.
‘O, geen idee’, antwoordt hij. ‘Daar heb ik geen verstand van. Heb je zin in thee? Ga ik even voor je pakken. Ken je trouwens die mop met die schoonmoeder?’
Ze is blij verrast met de vriendelijkheid die haar ineens ten deel valt, maar is al met al nog geen millimeter opgeschoten.
De volgende dag werkt Wilbert vanuit huis. Ze wacht tot half tien voor ze hem belt. Slaapdronken neemt hij de telefoon op. Hij stoot wat klanken uit en hangt dan op terwijl ze nog middenin een zin zit.
Ze loopt naar de kamer van Roel.
‘Ik kan mijn werk zo niet doen’, zegt ze. ‘Ik heb meer rechten nodig, maar Wilbert helpt me niet.’
Roel lacht smalend: ‘Waarom vraag je dat dan ook aan hem? Iedereen weet toch dat hij dat soort dingen vergeet!’
Een functioneel consultant komt binnenwaaien en dus moet ze zijn kamer weer verlaten. Zij is van een lagere kaste.
Het heeft geen zin om me hier druk over te maken. Sommige collega’s zijn er nu eenmaal alleen maar voor de leuk. Je kunt ze er goed bij hebben, maar werken doen ze niet. Sommige mensen mogen dat.

Roel belegt een meeting over de software-strategie van Messing. Alle internen van de IT-afdeling moeten erheen.
‘Alles wordt anders!’ kondigt hij aan. ‘We gaan niet alleen een nieuw ERP-pakket in gebruik nemen, maar ook een apart WM-pakket. Er komt andere software voor documentbeheer en ook het huidige mailpakket volstaat niet langer. Weg ermee!
Onze nieuwe ERP-omgeving voorziet in principe in output management en archivering, maar ik heb besloten dat we die functionaliteit niet gaan gebruiken. Ik heb een best of breed-analyse laten uitvoeren door een architect die ik vaak gebruik. Vrindje van me. Op zijn advies heb ik besloten om er aparte tooling voor aan te schaffen. Daarvoor contracteer ik nog een extra externe partij. Er staan er nu drie op de shortlist, het biedingstraject loopt al.
Voor de interfacing laat ik een specialist invliegen. Die is twee dagen per week on site. De rest van de week brengt hij thuis in Tel Aviv door. Jullie mogen van geluk spreken dat ik zo’n zeldzaam talent heb weten te strikken voor deze klus. Maar ik hoef geen complimenten, hoor. Ik ben ervoor om jullie te ontzorgen.’
‘Gaan we van start met een pilot?’ vraag Edwin.
‘Nee hoor’, zegt Roel nonchalant, ‘in ons cutover plan is helemaal geen ruimte voor een dergelijke omzichtigheid. Ik heb meteen vierhonderd licenties afgenomen, we doen een big bang implementatie. En ik heb ook maar vast alle oude contracten opgezegd, want van al die legacy software moeten we zo snel mogelijk af.
Ik wil deze paradigm shift in de hoofden van de mensen krijgen. Dat is waar ik voor ben, om jullie mee te nemen op die reis. Ik snap het hoor, dat roept weerstand op. Sommigen zullen moeten wennen aan mijn doelgerichtheid. Vooral de oudere werknemers hebben soms wat meer tijd nodig. Als je ziet dat een collega moeite heeft om mee te komen, help hem daar dan mee.’
Maanden van drukke werkzaamheden volgen. De afbraak van het oude systeem wordt voortvarend in gang gezet. Over het nieuw te bouwen systeem wordt vooral gebakkeleid. Op een gegeven moment wordt het de directie toch te gortig. Doordat alles nu in de cloud staat en er royaal mensen zijn aangenomen, wordt er geen winst meer gemaakt. De continuïteit van het bedrijf is in gevaar. Roel wordt de laan uitgestuurd.
Als hij vertrekt laat hij een verwoest IT-systeem achter. Delen van het oude systeem zijn al uitgefaseerd en vervangen door spreadsheets. De investering heeft nog geen enkel rendement opgeleverd. Niets van wat gebouwd is, is klaar om al gebruikt te worden.
Ruth kijkt op Roels Twitter-account.
‘Een vruchtbare periode afgesloten vandaag’, schrijft hij. ‘Ik heb de mensen van Messing geleerd dat ze het ook zonder mij kunnen. Op naar de volgende uitdaging!’

Het is tien uur ’s ochtends. Iedereen is druk aan het werk. In de kantoortuin heerst een vreedzame sfeer.
Dan zwaait de deur open en stormt de CEO binnen met in zijn kielzog een troepje beveiligingsmedewerkers.
‘En nu allemaal eruit!’ schreeuwt hij, woest met zijn vuisten zwaaiend. ‘Boeventuig! Ik wil jullie hier niet meer zien!’
Alle externe medewerkers worden onder begeleiding het pand uit gebonjourd. Ze mogen niets achterlaten. Ze mogen ook niet bellen of overleggen met de interne medewerkers die achterblijven. De CEO en de beveiligers vertrekken samen met de geschokte consultants.
Na een korte chaos is de afdeling gehalveerd en proberen de overgeblevenen samen te begrijpen wat er net is gebeurd.
‘Er was gedonder over de Service Level Agreements’, zegt Edwin triomfantelijk. ‘De consultants wilden ons het vel over de neus halen. Ze dachten, we hebben nu een vendor lock-in, dus we hebben Messing in de tang. Maar dan kennen ze onze CEO nog niet!’
Ruth heeft de externen leren kennen als fijne professionele collega’s. Ze mist ze nu al. Zonder hen kunnen ze dit project nooit tot een goed einde brengen. Ze weet dat de offerte niet zómaar drie keer over de kop is gegaan. Na de eerste aanlevering van de specificaties is er telkens weer een klein beetje bij gekomen. Scope creep, heet dat.
En Edwin is ook een creep.

Een nieuwe manager, Arend genaamd, doet zijn intrede. Het is een rustige vent van een jaar of dertig. Hij ontruimt de grote balzaal waarin Roel zich verschanste en installeert zich in de kantoortuin. Hij legt zijn oor te luister bij de meest vocale functionele specialisten en gaat dan zelfzeker aan de slag. Net als Roel is ook Arend bepaald geen meewerkend voorman. Hij vult zijn dagen met meetings en met gesprekken in de wandelgangen. Zijn gereedschap bestaat uit zijn voelsprieten en zijn thermometer. Die laatste steekt hij regelmatig in het project.
Op een dag verwaardigt Arend zich om het woord tot Ruth te richten.
‘Begin volgende week wil ik beschrijvingen van de data-extracties op mijn bureau. Hier is de template die je in moet vullen.’ Hij overhandigt haar een template waarin tot in detail alle kenmerken van de te migreren data moeten worden omschreven.
‘Maar ik kan je ook de data-extracties zelf geven’, oppert ze. ‘Die heb ik al gemaakt. Sterker nog, ik heb ze al geladen ook, in de zandbak.’
‘Dat is jouw taak helemaal niet’, werpt hij verontwaardigd tegen. ‘De consultants moeten dat doen.’
‘Maar die hebben we nu helemaal niet’, sputtert ze tegen.
‘Waar denk je dat ik de hele dag mee bezig ben?’ snuift Arend. ‘Over drie maanden zijn er weer nieuwe consultants. Die gaan de data load uitvoeren. Ik wil dat je de zandbak zo snel mogelijk weer leeggooit.’
Korte tijd later roept hij haar apart.
‘Edwin is niet zo tevreden over je’, zegt hij. ‘En ik ben het met hem eens.’
Ze zwijgt.
‘Het is jammer’, zegt hij, ‘maar we moeten je laten gaan. Je hebt geen gevoel voor de verhoudingen binnen dit bedrijf. Je past hier niet.’
Ze snapt er niks van. Ze heeft zo haar best gedaan om alle ongeschreven regels te leren kennen. Later zal ze zich pas realiseren dat ze maanden heeft rondgelopen met een mes in haar rug. En dat er niet één maar twee sets regels waren; één voor de vaste medewerkers en één voor degenen met een flexcontract.
Ze belt het nummer van haar favoriete recruiter.
‘Met Joep.’
Gelukkig, hij werkt er nog.
‘Ben weer op zoek.’
‘Ah! Hoe snel kun je je CV bijgewerkt hebben?’ zegt hij monter. ‘Ik heb vier vacatures openstaan die heel goed zouden passen.’ Klikkerdeklik, rammelt hij op zijn toetsenbordje.
‘Aaah, Messing. Roel van der Ven zat bij jullie, hè? Die zit nu bij V&D.’ En dan gretig: ‘Heb je misschien nog meer collega’s die op zoek zijn naar een leuke nieuwe uitdaging?’

Al weken gonst het door de gangen: het is weer bijna Kerstmis!
Bij Messing wordt dit altijd groots gevierd. Eerst komt iedereen samen in de kantine. De CEO gaat dan op een tafel staan en houdt een emotionele redevoering. Daarna worden de kerstpakketten uitgedeeld. Iedereen krijgt een enorme doos met spullen mee. Van tevoren wordt druk gespeculeerd over wat er dit jaar in zal zitten. Marcus weet al meer.
‘We gaan twee onderborden krijgen’, vertelt hij, ‘een houten dienblad, een decoratief blokje met een fotoknijpertje erop en houten bordjes in pastelkleuren met HOME SWEET HOME erop. En pasta en marshmellows en zo. En er zit ook een bon bij die je kunt verzilveren bij diverse tuincentra.’
De dozen worden voor het grootste deel gevuld met incourante voorraden uit het magazijn.
Op de dag van het spektakel verkleden verschillende collega’s zich als kerstman of kerstvrouw. Ook Arend heeft zich feestelijk uitgedost.
Het is haar laatste werkdag die dag. Arend houdt met zichtbare tegenzin een afscheidspraatje. De lichtjes op zijn kerstmuts knipperen.
‘Het was kort maar krachtig’, zegt hij afgemeten. ‘Veel succes in je volgende baan. Ik hoop dat die wél bij je past.’
Ze grijnst ongemakkelijk en laat het maar over zich heenkomen.
Wilbert rolt even met zijn ogen naar haar.
Aardig.
Ze krijgt nog een mooi boek van haar collega’s. Marcus overhandigt het haar.
Hij heeft het kennelijk geregeld.
‘Dank jullie wel allemaal’, zegt ze. ‘Hiervoor, en voor de samenwerking.’
Edwin zwengelt hartelijk aan haar hand.
‘Ik ga je missen’, zegt hij.
Níets snap ik van deze man.
Ruth verlaat rond vieren stilletjes het pand, voordat de festiviteiten losbarsten.
Voor mij geen kerstpakket. Ik hoor er niet meer bij.













Geef een reactie