Vandaag las ik in één ruk het boek ‘Van de baan’ van Janske van Eersel uit. De eerste keer dat ik haar ontmoette was bij mijn eigen boekpresentatie. Na wat online contact, het invullen van haar werkverlieslijst en het beluisteren van haar podcast Van de baan vroeg ik haar of ze wilde spreken op de presentatie van mijn tweede boek ‘Het verbetertraject’, en dat deed ze!
Vandaag was ik zelf te gast in haar podcast en kreeg ik als verrassing haar boek mee naar huis. Het was er nog niet van gekomen om het aan te schaffen, dus daar was ik erg blij mee.
Op de cover van ‘Van de baan’ staat een afbeelding van een kolibrie. Janske licht toe waarom: ‘Doordat die achteruit kan vliegen, kan hij ophalen uit het verleden wat je in het heden nodig hebt.’
Ze behandelt verschillende theorieën en gereedschappen in het boek. De zelfdeterminatietheorie geeft aan welke factoren bepalend zijn voor de impact van rouw. Door misvattingen over hoe rouw eruit hoort te zien, kan de omgeving het herstel bemoeilijken. Als iemand ’te snel’ weer lacht, of, in het geval van neurodivergentie, juist stoïcijns doet, neemt men vaak aan dat het allemaal wel meevalt. Ook bij het inschatten of er sprake is van gecompliceerde rouwreacties, een depressie of angst speelt neurodivergentie een rol. Zo wordt bij neurodivergente vrouwen vaak ten onrechte aan een angststoornis gedacht, omdat ze hyperalert zijn.
De omstandigheden waarin iemand een baan verliest zijn erg bepalend. Is er sprake van een arbeidsconflict of rechtszaak, dan kan dat er flink inhakken. Helemaal als er ook nog een geheimhoudingsplicht is. Als men moedwillig kapot wordt gemaakt, met zichtbaar genoegen. Als het ontslag onverwacht is, als men niet op een passende manier afscheid kan nemen. Als er financiële stress is of wanneer het ontslag als onrechtvaardig wordt ervaren. Al deze factoren vergroten het risico dat mensen in hun rouw gevangen blijven.
Ook is het slecht als men geen zeggenschap over zijn eigen lot meer heeft en de gebeurtenissen maar moet ondergaan. Zo mogen bedrijven blijkbaar van iemand eisen dat die een WW-aanvraag aan ze toont. Doet diegene dat niet, dan geeft het bedrijf hen geen vaststellingsovereenkomst. Dat bedrijven zo ‘over hun eigen graf heen kunnen regeren’ en hun voormalige werknemers dit kunnen voorschrijven, vind ik absurd. Mijns inziens zou dit verboden moeten worden.
Het typisch Nederlandse ‘We zijn toch allemaal gelijk’, waarbij machtsverschillen onder het tapijt geveegd worden, maken het rouwproces ingewikkelder. Dat geldt ook voor gelieg en gedraai over de ontslagredenen. De werknemer blijft in zo’n geval zoeken naar de echte reden. De emoties over het ontslag worden dan niet minder met het verstrijken van de tijd, maar juist sterker.
Daarnaast spelen persoonlijkheidskenmerken een rol bij het gemak waarmee men kan terugveren, net als het ontbreken van sociale steun. Vrienden, kennissen en hulpverleners verergeren het probleem als ze het ontslagverhaal niet geloven of bagatelliseren, aan toxische positiviteit doen, met ongevraagde kritiek komen terwijl iemand toch al fragiel is of iemand pushen die juist nog even ruimte nodig heeft om te helen. Schaamte is het gevolg.
Rouwarbeid bestaat ook uit simpele dingen doen die je leuk vindt. Zelf was ik er een tijdlang zó slecht aan toe, dat ik alleen nog maar stickers kon peuteren. Zelfs mijn hobby’s hadden hun glans verloren, omdat ik er misschien wel ‘fouten’ in zou kunnen maken. Dat is wat er met je gebeurt als je continu wordt afgefakkeld.
De fases van rouw kunnen je overvallen en ze kunnen ook allemaal door elkaar optreden. Zelf heb ik me maandenlang teruggetrokken omdat ik niet in het openbaar door emoties overmand wilde worden. Dat is me een paar keer overkomen en dat vond ik heel genant. De gedachte ‘Als ik eenmaal begin met huilen kan ik niet meer stoppen’, die in het boek verwoord wordt, heb ik zelf ook gehad. Intussen heb ik geleerd dat je met ademhalingsoefeningen of door bijvoorbeeld koud water over je polsen te laten stromen je emoties weer snel kunt reguleren. En gelukkig zijn die in mijn geval ook minder geworden – al heeft dat wel jaren gekost.
Langzaam uit het dal klimmen kan met het schrijven van morning pages, het bezoeken van een rage room, of, zoals ik gedaan heb, door het schrijven van een boek. Mijn rouwproces is nog lang niet afgelopen. Nog steeds heb ik vermijdingsstrategieën. Ik zal nooit meer al mijn eieren in één mandje stoppen, ik zal nooit meer zo openhartig zijn over mijn privéleven. En ik tel af tot ik de pensioenleeftijd bereikt heb.
De mensen die er uitgewerkt worden op de manier die mij is overkomen, zijn vaak de meest betrokken werknemers. De mensen die op een vieze manier hun baantjes behouden, de bangeriken, de manipulators en de kruipers, ik benijd ze niet. Want zoals Janske zegt: ‘Rouw is de achterkant van hechting’. En ik ben blij met de manier waarop ik me altijd vol in mijn werk gesmeten heb. Geen spijt en geen schaamte, niet van mijn kant.