
Zo net voor Pasen vond ik het een mooi moment om wat paaseitjes (verborgen verwijzingen) uit mijn boek Het verbetertraject op een rijtje te zetten. Twee jaar geleden deed ik dit ook al eens voor mijn eerste boek Sappelen.
De personages
Hoofdpersoon Ruth is vernoemd naar Ruth Leavitt uit de Andromeda Strain, een deskundige knorrepot die haar vrouwtje staat in een omgeving met verder alleen maar mannen. ‘Ik doe het zelf wel’ is haar motto.
Een paar andere figuren uit Sappelen keren ook kort terug, waaronder Carry (naar Carry van Bruggen) en Bill (naar Bill Nelson). Bram en Freek (naar het Neerlands Hoop-duo) ook, waarbij Bram zich ineens ontpopt tot Ruths love interest… al wordt daarbij vooral veel gesuggereerd.
Arnold is in Het verbetertraject nog wat gluiperiger en manipulatiever dan hij in Sappelen al was. De manier waarop hij tegen zijn chef aanschurkt en macht naar zich toetrekt maken hem een beetje wethouder Hekking-achtig.
Er zijn drie nieuwe hoofdpersonen bijgekomen: Don, Nicolina en Yvo.
Chef Don heet zo omdat hij stilletjes dreigt. Het is een bully, maar ook een lafaard. Een complexe pestkop, die weinig zelfinzicht heeft. Hij is manipulatief en wraakzuchtig, maar ook snel gekrenkt. Graag maakt hij goede sier met andermans successen.
Nicolina is HR-medewerker. Haar naam verwijst naar flying monkey Nikko uit de film The Wizard of Oz. Flying monkey is een term die gebruikt wordt om de mensen mee aan te duiden die een narcist bijstaan. Deze meelopers kiezen altijd de kant van de narcist, ongeacht de feiten. Ze verspreiden informatie en geruchten, gaslighten en manipuleren, bagatelliseren je gevoelens en helpen zo de narcist om je aan te vallen.
Yvo Ierske is net als het personage Hedra Carlson uit de film Single White Female vernoemd naar de snelgroeiende plant Hedera (‘Irish Ivy’). Yvo overwoekert net als Hedra de hoofdpersoon en neemt alle ruimte in beslag die haar eigenlijk toekomt.
Voor collega Wouter putte ik inspiratie uit de miniserie Nolly. Daarin moppert een man over de hoofdpersoon bij hun gemeenschappelijke baas, zonder in te zien welke ernstige consequenties dat voor haar heeft.
Collega Turner kreeg zijn naam omdat hij een januskop is. Steeds krijg je weer een andere kant van hem te zien.
Gregor Bral is de Raspoetin of Greet Hofmans van dienst.
De stagiairs kregen allemaal namen die op elkaar leken en die net als het woord stagair ook met ‘St’ beginnen: Stefan, Stef en Stefanie.
Binnen haar team is er één collega waar Ruth echt op durft te vertrouwen. Hij is supersociaal maar ook wel een beetje machiavelliaans. Binnen de kleurenleer waar veel teams aan worden onderworpen blijkt hij geel te zijn. Zo moest hij dan ook maar gaan heten, besloot ik. Giel is Fries voor geel.
Andere verwijzingen
Het verhaal speelt zich af over een periode van vier jaar. Verschillende momenten van de corona-tijdlijn komen erin voor, waardoor je mag concluderen dat het verhaal zich afspeelt van 2020 tot en met 2023.
De namen van de softwarepakketen (Atomic en Fortitude) leende ik uit de reality-serie The Apprentice, net als de bedrijfsnaam Sterling.
Ruths afdeling heet niet voor niets Business, Logic and Architecture: die produceert namelijk vooral gebakken lucht. Bla bla bla chocoladevla 🙂
Ruth woont op Laputa 42. Laputa is de naam van een eiland uit het boek Gulliver’s Travels van Jonathan Swift. Het getal 42 verwijst naar Douglas Adams’ roman ‘The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy’.
De opmerking ‘Dat heb je leuk gedaan’, die Ruth ergens in het boek om haar oren krijgt, komt uit de podcast FOR REAL, die gaat over de intellectuele ondermijning van vrouwen.
Het laatste hoofdstuk
Het slot is gebaseerd op een droom die ik had. Daarin dwaalde ik door een gebouw dat langzaam overliep in een ander gebouw, zonder dat ik dat doorhad. Ik moest klauteren door een zolderraam en liep mezelf vast in een rek met pluchen beesten. Ook moest ik een blauwe trap aflopen, terwijl een hele meute omhoog liep en me aan de kant drukte. Ergens onderweg kwam ik ook nog een onvriendelijke kapper tegen. Toen ik ‘Het proces’ van Kafka herlas, realiseerde ik me dat hij zelf ook een dergelijke droom moet hebben gehad. In dat boek zit namelijk ook een absurde dwaaltocht.
De droom stond eerst een stuk eerder in het verhaal. Voor het slothoofdstuk had ik een einde voor ogen dat een beetje moest lijken op de overgang van zwartwit naar kleur in de film ‘The wizard of Oz’, en een beetje op een ervaring die ik als twintiger had. Ik ging toen op een mooie zonnige middag naar de film ’40 Quadratmeter Deutschland’. De Anatolische hoofdpersoon wordt daarin door haar angstige man jarenlang opgesloten in hun Hamburgse appartement. Ze probeert uit te breken en contact te leggen met anderen, maar dat mislukt. Uiteindelijk overlijdt haar man en zet ze haar eerste, wankele, schreden buiten het bedompte appartement. Ik vond het maar een onbevredigend einde. Maar toen ik even later uit de donkere filmzaal de stralende zon inliep, viel het kwartje. Ik ervoer precies hetzelfde als de hoofdpersoon uit de film!
Met wat schuiven en herschrijven werd in de droom de overgang van donker naar licht gemaakt en daarmee had ik mijn slot. De cover die Danibal maakte, is ook door dit slothoofdstuk geïspireerd.













Geef een reactie